GORINCHEM De zware houten deuren van de bunker aan de Gorcumse Kanselpoortweg gaan normaal alleen open voor wijnproeverijen. Maar behalve klanten van de Arkelse wijnhandel Van Ouwerkerk, moeten meer mensen de kans krijgen binnen te kijken. De 'caponnière' is daarom komende zaterdag nog toegankelijk.

De caponnière aan de Kanselpoortweg is ingericht als
'wijnmuseum'. FOTO AD VAN HASSELT
Het is de laatste openingsdag in een reeks van drie. Daarna is het verdedigingswerk weer het domein van wijnhandelaar Jaap van Ouwerkerk, die het inrichtte als proeflokaal en 'wijnmuseum'. Althans, zo presenteren de VVV en de gemeente Gorinchem het.
Ouwerkerk zelf wil er niets van weten. Dat hij de bunker aankleedde met wijnantiek, mag van hem de titel 'museum' niet dragen. ,,Het is een uit de hand gelopen hobby. Voor een ander is het misschien bijzonder, maar voor mij is het ouwe troep. Elke gerenommeerde wijnhandel heeft deze spullen. Ik kan er nog wel tien kelders mee vullen; we hebben zolders vol.''
Toch wilde de gemeente Gorinchem de bunker deze zomer openstellen, vooral om publiek de oude geschutsplaats te laten zien. Het blijft bij drie keer: ,,Volgend jaar willen we pas serieus open,'' zegt Jaap van Ouwerkerk. ,,Dan hoop ik meer tijd te hebben. Nu werk ik ook gewoon in onze eigen winkel in Arkel.'' Bovendien is hij afhankelijk van vrijwilligers die bezoekers willen ontvangen. Hij ziet nog een ander obstakel: hij heeft geen vergunning om in de caponnière wijn te schenken of verkopen. ,,Het is een commercieel rampenplan. Maar ik ben van plan dat voor volgend jaar te regelen.'' Een portproefkelder, dat lijkt hem wel wat. ,,Dan kom ik hierheen met 150 soorten port.''
Vooralsnog kunnen bezoekers alleen kijken. Voor J. Meijer is dat geen probleem. Hij komt voor de bunker, niet voor de wijn. ,,Eindelijk,'' glundert hij op het moment dat hij met een fototoestel om de nek binnenstapt. ,,Ik woon al 82 jaar in Gorinchem en ben hier nog nooit binnen geweest.''
Meijer blijkt een liefhebber: hij troeft vrijwilliger Cor van Gilst soms af met zijn kennis over het bouwwerk. Het bouwjaar 1893 kende hij al. Als Van Gilst oppert dat het kanaal er toen nog niet was, weet Meijer te vertellen dat het juist vlak daarvoor is aangelegd.
,,In de winter ga ik me er echt in verdiepen,'' voorspelt vrijwilliger Van Gilst. Voor nu heeft hij op internet en uit boeken wat historische kennis opgedaan. Dat de begane grond de opstelplaats voor het geschut was bijvoorbeeld, en dat de kelder diende als slaapplaats. Omdat hij jarenlang in de horeca werkte en zelf glaswerk verzamelt, weet de vutter meer te vertellen over de wijncollectie.
Want de caponnière mag dan geen museum heten, de bunker herbergt wel bijzondere spullen. Zoals een kromgetrokken portflesje, dat in 1940 na het bombardement op Rotterdam uit de brandende Bijenkorf werd gered. Het is het mooiste stuk uit de verzameling van zijn familiebedrijf, vindt Jaap van Ouwerkerk.
Van Gilst heeft het nog weinig kunnen tonen: de eerste openingsdag ontving hij slechts twee toeristen in de ietwat muffe en vochtige kelder. Maar, vindt hij: ,,We moeten dit een kans geven.'' Om de zomerse vakantiestilte te ontwijken, hoopt hij volgend jaar de caponnière al in het voorjaar te openen.
Bron: AD NieuwsMedia aug 2010